Albert : tuigage

De tuigage van Albert is in constante staat van verandering. Op het moment dat Albert in 2014 na de herbouw weer te water ging had ze (hij?) nog geen tuig. Bij de aanschaf van het wrak was wel een nieuw set zeilen geleverd, maar we hebben in 2014 als motorschip gevaren bij gebrek aan mast en andere rondhouten.

In de winter van 2014/2015 hebben we de rondhouten gemaakt.  Uiteraard was ook dat meer werk dan van te voren gedacht. Bij het verslag van de restauratie van Albert is ook het fotoverslag van de bouw van de rondhouten opgenomen.  En omdat we toegezegd hadden om bij de Dutch Classic Yacht Regatta (DCYR) van 2015 als startschip op te treden was het tuigen een race tegen de klok. Op zaterdag 11 juli werd de mast voor het eerste geplaatst. Daarna volgde het op maat maken van staand en lopend want, maken en plaatsen van de nagelbank en lieren, installeren van de boegspriet en alles wat verder nodig is om een tuigage vaarklaar te maken. Precies een week later konden de zeilen aangeslagen worden en gingen we toch nog op tijd op weg naar Hellevoetsluis.

Oorspronkelijke tuigage in 2015
Oorspronkelijke zeilen in 2015
De nieuwe tuigage uit 2018
De nieuwe zeilen uit 2018
aanpassing nr. 1 - nieuwe zeilen

Vanaf het begin was het duidelijk dat de bij de aanschaf meegeleverde zeilen niet helemaal pasten bij het tuig dat ons voor ogen stond. De oorspronkelijke zeilen waren gedimensioneerd als de zeilen van een werkend vissersschip. En wij hadden Albert nu juist omgebouwd tot jacht.  Blijkbaar waren die oude vissers vrij conservatief als het ging om de grootte van het tuig.

Na twee jaar varen met het oude engelse tuig waren toch iet helemaal tevreden met de stand van de zeilen. Met name het grootzeil leek ons wat te klein en had nogal de neiging om te killen langs het achterlijk (het zeil had geen zeillatten). Juli 2017 trokken we voor het eerst naar zeilmakerij de Vries in Makkum om te praten over mogelijke aanpassingen aan het grootzeil. 

Aanpassen van het bestaande zeil was minder eenvoudig dan ik mij had voorgesteld. Om het killen van het achterlijk tegen te gaan moest het aangenaaide lijkentouw er uit gehaald, en om de bolling te verbeteren moest een groot deel van de banen losgemaakt, aangepast en opnieuw vastgenaaid worden. En omdat het een volledig traditioneel handgemaakt zeil was zou het herstel ook erg veel handwerk vragen. En dus werd het duur.

Uiteindelijk hebben we in het najaar van 2017 besloten om dan maar een nieuw grootzeil aan te schaffen. Dan konden we -met de rondhouten die we gemaakt hadden- ook voor een iets groter zeiloppervlak gaan. En voor een moderner, en dus lichter, doek. Om de kosten te drukken hebben we toen wel moeten kiezen voor geslagen ogen en een ingenaaid lijketouw in plaats van de traditionele ingenaaide ogen en opgenaaid lijketouw.

In de gesprekken die volgden en met het kijken naar de plaatjes werd ons wensenlijstje wel steeds langer. Het eindresultaat was een volledige set nieuwe zeilen met een groter grootzeil (78 m2 i.p.v. 59 m2), een grotere kluiver (23 m2 werd nu 35 m2) en een gaffeltopzeil van 22 m2 (hadden we tot dan toe nog niet. De fok bleef bijna gelijk in afmeting (18 m2 i.p.v. 16 m2).

Het nieuwe tuig werd in februari 2018 geleverd en stond er vanaf het begin goed bij.

aanpassing nr. 2 - een hijslier

Al heel snel na het tuigen van de Albert in 2015 bleek dat het hijsen van de zeilen een hele klus was. Vooral het hijsen van het grootzeil was zwaar. En bovendien had je, als het zeil gehesen was, twee keer een val van 40-50 m lengte aan dek liggen die dan nog opgeslagen en weggehangen moest worden.

Even hadden we de hoop dat het hijsen van het nieuwe tuig, vanwege het lichtere doek, makkelijker zou zijn. Maar dat bleek niet zo te zijn. Het grotere oppervlak compenseert het lichtere doek, en het zwaarst van al is het tillen van de rondhouten aan het einde van de hijs.

Kortom, tijd voor een hijslier. Opnieuw een lange zoektocht. Wat is onze ideale lier? Brons vinden we het allermooiste. Een elektrische of hydraulische lijkt ook wel handig. Maar dan wordt het wel erg kostbaar.  Ook is het de vraag waar de lier dan geplaatst moet worden. Op platbodems zijn de vallieren vaak tegen de mastwangen geplaatst. Maar die hebben wij met een doorgestoken houten mast niet. Op klassieke jachten met een houten mast zie je vaak een aparte lier voor iedere val. Nadeel is dan dat het voor één persoon erg moeilijk wordt om piekeval en klauwval van het grootzeil tegelijk te hijsen. En uiteraard moeten we rekening houden met de lengte van de vallen die op de trommels gewikkeld moeten kunnen worden. We zijn zelfs een tijdje bezig geweest met speciaal voor de Albert ontworpen lieren. 

Uiteindelijk kiezen we als compromis tussen schoonheid, praktische toepasbaarheid en kosten voor een vrijstaande rvs lier van Jappie Strikwerda uit Schraard met vier trommels. Voor de kluiverval en de grootzeil vallen kunnen we hierbij zelfs kiezen tussen een enkele en een dubbele vertraging. De vallen worden hierbij uitgevoerd in 6 mm dyneema lijn.

De nieuwe vallier
De vallier
aanpassing nr. 3 - verandering van de mast

In 2018 stond dan eindelijk het tuig op Albert zoals ik me het vanaf het begin had voorgesteld.

Maar …

In de praktijk varen we meestal met zijn tweeën. En dat betekent dat het bijna onmogelijk is om 22 m2 topzeil te zetten. Met één aan het roer is er maar één persoon bij de mast beschikbaar om het zeil te hijsen en daarbij de val, de neerhouder, de schoot en het zeildoek langs het grootzeil en tussen de lazy jacks door te geleiden. En we zien het echt niet zitten om, zoals in de foto, de mast in te gaan om het topzeil op orde te brengen wanneer het ergens vastloopt.

Dus wordt het gaffeltopzeil, en daarmee de topmast, eigenlijk niet gebruikt. Het silhouet van de Albert is met de topmast wel erg mooi. Daar staat tegenover dat de topmast de tuigage wel extra ingewikkeld maakt. Een extra stel bakstagen die bij iedere overstag manoeuvre bediend moeten worden. En extra lijnen om de topmast te kunnen zetten en strijken. Samen met de permanent ingeschoren val en geleidelijn voor het gaffeltopzeil wordt het daarmee wel erg ‘druk’ rondom de mast.

En bovendien tilt de topmast onze doorvaarthoogte naar 19.5 m. Dat betekent dat we bij de Volkeraksluizen niet eens gebruik kunnen maken van de jachtensluis, maar met de beroepsvaart onder de beweegbare brug door moeten. Niet dat we daar nu zo vaak komen vanuit Lelystad, maar toch.

Bemanning hoog in de mast bij het gaffeltopzeil

Dit najaar (2021) hebben we besloten om de topmast er definitief af te halen. De mast zelf kunnen we later met een kleine aanpassing wel gebruiken als bezaan op ons nieuwe project Vera. Daarbij is het idee om de ondermast met een goede 1.5 m te verlengen. Dat is nodig voor het ‘gezicht’. En het geeft bovendien de mogelijkheid om de piekeval iets beter te laten trekken: in de huidige situatie staat de val bij gehesen grootzeil bijna horizontaal, wat het hijsen extra zwaar maakt.

Tekening van bestaande tuigage
Bestaande tuigage
tekening van nieuwe tuigage
Nieuwe Tuigage

Toen Albert dit jaar na de driejaarlijkse onderhoudsbeurt in september weer te water ging hebben daarom de mast op de wal laten liggen.  En dat betekent voor de winter 2021/2022 dat we bezig gaan met:

  • het verwijderen van het oude beslag van de ondermast
  • ontwerpen en bestellen van nieuw rvs beslag voor de verlengde mast
  • samenstellen van een (hol) verlengstuk 
  • verlijmen van het verlengstuk op de bestaande ondermast met een lange (1:10) V-vormige las
  • monteren van het nieuwe beslag
  • en eindeloos schuren en lakken