Nieuwbouw : ontwerpkeuze

zeilplan ontwerp brigadier

We weten globaal wat we willen: een klassiek ogende tweemaster met stuurhuis met een beperkte diepgang en geschikt voor een wat langer verblijf aan boord met twee personen. En ja, uiteraard zelf te bouwen in hout. Maar waar begin je dan te zoeken naar een geschikt ontwerp? In eerste instantie zijn we maar eens gaan kijken naar het werk van verschillende ontwerpers, te beginnen bij de bekende Nederlanders. 

De Nederlanders

De Compaen (9,70 m)
g.kroes

Vanuit mijn kennis van de klassieke houten schepen kom ik dan in eerste instantie uit bij ontwerpers als G.W.W.C. Baron van Höevell van de Oranjebloesem uit 1960 of de ontwerper/bouwer Gait Kroes uit Kampen.

Vooral de Compaen uit 1976, die we kennen vanuit de VKSJ (Vereniging Klassieke Scherpe Jachten),  heb ik altijd een erg mooi en handzaam schip gevonden. Ze voldoet aan veel; van de eisen die we aan ons nieuwbouw project stellen. Overnaads bouwen gaat me echter wat te ver. En het doghouse, dat overigens van later datum (1991) is, voldoet net niet aan de vereisten van een echt stuurhuis.  En daarbij is de Compaen ontworpen en gebouwd met een torentuig terwijl wij een niet rationele maar wel sterke voorkeur voor een gaffeltuig hebben.

ricus van de stadt

Misschien is E.G. van de Stadt wel de meest bekende ontwerper van Nederland. Bij mij eerst bekend als ontwerper van de Valk. Gosine en ik hebben allebei leren zeilen in een Valk en ook veel zeilles gegeven in Valken. Tegenwoordig wordt de Valk vooral als Polyvalk gebouwd, maar het oorspronkelijk ontwerp uit 1939 is getekend voor een constructie uit hechthout (multiplex).

Voor de amateur-bouw heeft van de Stadt vooral een aantal hechthouten knikspant rompen getekend. Helaas voor ons is van de Stadt altijd een vooruitstrevens jachtontwerper geweest. Al in 1959 ontwierp hij de Pionier in Polyester. Ook zijn hechthout knikspant ontwerpen missen het door ons gewenste klassiek uiterlijk.

veel staal en aluminium

Natuurlijk zijn er meer Nederlandse ontwerpers, die naar wens een ontwerp kunnen maken. Denk aan Dick Koopmans (ook uit Lelystad) wiens ontwerpen door zowel toerzeilers als wedstrijdzeilers gewaardeerd worden. Hij staat echter niet echt bekend om zijn traditioneel ogende ontwerpen. En het grootste deel van zijn ontwerpen zijn gemaakt voor polyester,  staal of aluminium. 

Een mooi en stoer schip is de Taeke Hadewych. Bekend geworden door de reizen naar koude streken van  zeiler/schrijver Eerde Beulakker (1944-2013), die in 2013 als eerste promoveerde op een studie naar de ontwikkeling van de watersport. Dit was een type Aeolus van het ontwerpbureau Langenberg. Ook zij zijn gespecialiseerd in staal/aluminium ontwerp en snijpakketten.

De Valk uit 1939
Een 34 ft Wanderer
De Puffin 37 ft
martin bekebrede

Een ontwerper die mij al voor 1990 opviel in Waterkampioen of de Spiegel der Zeilvaart is Martin Bekebrede. Hij tekende toen een (hecht)houten knikspant gaffelkottertje met midzwaard dat mij erg aansprak. Maar dat was nog voordat wij met Lillibullero begonnen. 

Anno nu is hij vooral bekend om zijn (ook weer) stalen en aluminium ontwerpen van rond- en platbodems en kottergetuigde zeiljachten. Zowel de Wanderer-serie als de Noordkapers lijken in eerste instantie goed aan te sluiten bij het beeld dat wij van ons nieuwbouw project hebben. Ondanks de kottertuigage, de vrij rechte steven en relatief vierkante opbouw is de totale indruk net iets eigentijds. Dat vinden we ook als we er een op het water tegen komen.

Olivier van Meer

In het rijtje Nederlandse ontwerpers waar we naar keken kan Olivier van Meer uiteraard niet ontbreken.  Ook hij ontwerpt al sinds 1986 zeiljachten in een klassieke stijl. Het meest bekend zijn waarschijnlijk de serie Zaca en Puffin ontwerpen, maar hij heeft ook een indrukwekkende reeks one-offs op zijn naam staan. Wat wel opvalt is dat hij naar verhouding veel grote schepen lijkt te ontwerpen. Op zijn website zijn van de 18 custom build ontwerpen er maar vier korter dan 50 ft. En ook van de 8 ontwerpen uit de Puffin serie zijn er maar 3 kleiner dan 40 ft. 

En net als bij de latere ontwerpen van Martin Bekebrede maken de Puffins die wij zien varen, ondanks hun klassiek ontwerp, toch een moderne indruk. Het is moeilijk om te duiden waar dat in zit. Mogelijk is het toch de relatief geringe zeeg bij het hoge vrijboord (onze smack Albert heeft een minimum vrijboord van minder dan een meter op een romplengte van bijna 15 m.). Of misschien zijn het de smalle gangboorden en de ruime kuip met het vrijstaande stuurwiel daarin.

verder weg

Als het niet lukt om een ontwerp te vinden van een Nederlandse ontwerper dat aan onze wensen voldoet, dan zoeken we het wat verder weg. Natuurlijk zouden we ook een ontwerp op maat kunnen laten maken bij een van de Nederlandse ontwerpers. Maar ik weet nog niet goed hoe ik tussen hen zou moten kiezen. En bovendien heb ik niet veel zin in een langdurige en kostbare discussie over onze voorkeuren.  Ook zou ik me dan nogal bezwaard voelen om tijdens de bouw aanpassingen te doen aan een ontwerp dat speciaal voor ons gemaakt was. De ervaring met het werken aan Lillibullero en Albert leert dat we gaandeweg toch altijd wijzigingen verzinnen. Dit is weer typisch zo’n voorbeeld van een argument van geen enkele rationele achtergrond heeft, maar zo voel ik het wel.

groot aanbod

En als je dan gaat kijken naar ontwerpers die ontwerpen voor de zelfbouw en ook zo nu en dan nog wel een klassiek ogend ontwerp produceren, dan is er toch een behoorlijk groot aanbod. Een goed startpunt blijkt boatdesign.net als een ontmoetingspunt met een veelheid aan informatie over allerlei onderwerpen die met het ontwerpen en bouwen van boten te maken hebben. Variërend van discussieforums tot een overzicht van beschikbare ontwerpen en ontwerpers.

Er zijn dan wereldwijd al gauw zo’n 300 jachtontwerpers te vinden. Bekende namen met ontwerpen die een klassiek karakter hebben en/of geschikt zijn voor amateur bouw zijn dan (met links naar hun website, voor zover beschikbaar):

Van het Atkin ontwerpbureau had ik al heel lang een brochure met ontwerpen. Nog uitgegeven op een soort kringlooppapier met kartonnen kaftje. Later aangevuld met een ‘echt’ boek. Hoewel de beide ontwerpers al lang overleden zijn (1962 en 1999) is hun catalogus met ontwerpen nog steeds verkrijgbaar.

Zoals op de startpagina al vermeld is het vooral Georg Buehler’s houding van “houd het simpel en ga aan de slag” die ons aanspreekt. Ook Georg Buehler is inmiddels overleden. Zijn ontwerpen staan wel bekend om hun solide en eenvoudige constructie. Minder om de snelheid en elegantie van het vaartuig.  Het ontwerp hiernaast spreekt aan qua eenvoud en robuustheid. Ik vrees alleen dat het toch weer te zwaar wordt voor ons tweeën.

Ed Burnett werkte nauw samen met Nigel Irens aan de Westermann pilot cutter. Daarnaast ontwierp hij zelf jachten die er uitzagen als 100 jaar oud, maar de zeilkwaliteiten van een modern schip hadden. Zelf werd hij niet ouder dan 43 (2015).

Helemaal toegesneden op amateur bouw. Maar in mijn ogen weinig klassiek ogende ontwerpen, en daarom voor ons doel minder relevant.

Ook de firma Selway-Fisher heeft een groot aantal ontwerpen geschikt voor amateur bouw. Vaak eenvoudig van constructie. Zijn open boten hebben in mijn oog vaak een fraai klassiek uiterlijk, maar in de maat die wij zoeken kon ik geen ontwerp vinden dat mij aansprak.

34 ft ontwerp van Willliam Atkin
Typisch Buehler design (42 ft)
Zinnia, een 30 ft Ed Burnett ontwerp
34 ft ketch van Selway Fisher
Het Irens ontwerp 'Roxanne'
kleine Oughtred tweemaster
37 ft ontwerp van Marc Smaalders in hout-epoxy

Het Vivier ontwerp ‘Kernic’

Eigenlijk is Nigel Irens een buitenbeentje in dit rijtje. Voor zover ik weet heeft hij geen ontwerpen op zijn naam die direct voor eigenbouw in aanmerking komen. En het meeste van zijn werk is gericht op moderne snelle catamarans. Maar hij is bij mij vooral bekend door zijn ontwerpen van de Roxane en Romilly.  Allebei ontworpen voor een uitvoering in Polyester met twee ongestaagde lugger-getuigde masten. Voor de kleinere Romilly zijn er ook tekeningen voor zelfbouw in hout-epoxy beschikbaar.  

En later verwierf hij bekendheid in de traditionele botenwereld door het ontwerp van de Westernman pilot cutter.  Tom Cunliffe, de schrijven van ‘Hand Reef and Steer’, het handboek voor het varen met klassieke schepen, ruilde in 1997 zijn oude Bristol Channel Pilot cutter Hirta uit 1911 in voor dit  nieuwontwerp van Nigel Irens. De Westernman wordt gebouwd in Nova Scotia, maar valt met een prijskaartje van USD 750.000,- ruim buiten ons budget.

Ian Oughtred heeft zich gespecialiseerd in klassiek ogende schepen die op een moderne wijze gebouwd worden. Een van zijn bekendste ontwerpen is de Caledonia Yawl. Hij is vooral bekend om zijn open zeilboten. Jammer genoeg heb ik van zijn hand nog geen grotere jachten gevonden, maar ook de kleine kajuitjachten zijn de moeite waard.

Marc Smaalders was tot voor kort bij mij niet bekend. Ik kwam zijn naam tegen in een artikel over de Olga28, een eenvoudig te bouwen motorboot die er toch goed uitziet. Oorspronkelijk ontworpen voor een zware buitenboordmotor, maar in Duitsland wordt ze uitgerust met een inboard diesel. Daar krijgt ze de naam Luna.

Vanwege zijn naam dacht ik eerst dat Marc een Nederlandse ontwerper zou zijn. Maar volgens zijn website woont en werkt hij in de Verenigde Staten (Washington). Hij heeft een aantal klassiek ogende ontwerpen in zijn portefeuille die toch modern in hout-epoxy gebouwd kunnen worden.

In mijn beleving is Francois Vivier de Franse tegenhanger van de schot Ian Oughtred. Misschien nog sterker dan Ia\n Oughtred legt hij zich toe op eenvoudig te bouwen, maar goed uitziende schepen.  Van beide ontwerpers zijn ook zogenaamde bouwpakketten te koop. In Nederland is de bootbouwer uit Steenbergen een goede ingang voor informatie over de ontwerpen van Vivier en Oughtred. 

Als alternatief voor de Caledodia Yawl van Ian Oughtred zou ik ook nog wel eens een Kernic van Francois Vicier willen bouwen (en varen). Maar voor het project dat we op dit moment voor ogen hebben heb ik van hun hand nog geen geschikt ontwerp gevonden.

En dan de eigen boekenkast

Het nazoeken van al deze ontwerpers is leuk. Het is genieten van hun ideeën met betrekking tot stijl en constructie. En het scherpte bij ons ook wel het inzicht in wat we nu eigenlijk wilden gaan bouwen. En ook bracht het twijfel. Het ene moment neigen we dan naar de massieve eenvoud van een Buehler ontwerp waarop je zou kunnen wonen. Maar dan twijfelen we weer over de haalbaarheid, en met name de inspanning van het varen met een dergelijk monster. Het andere moment zie ik mezelf in beperkte tijd een bouwpakket van een open en trailerbare boot van Oughtred of Vivier in elkaar zetten om dan met mooi weer naar de kleine wateren te gaan. Maar uiteindelijk is dat ook niet de bedoeling.

Nu zijn we ook al jaren geabonneerd op bladen als de Spiegel der Zeilvaart, Classic Boat en Watercraft. En daarvoor ook nog the Boatman, die nu helaas niet meer bestaat. En ik heb een digitaal archief van alle exemplaren van Wooden Boat van 1974 tot 2009. Meer dan voldoende om nog eens verder te zoeken. Je ziet zelfs door de bomen het bos niet meer.

Nu wil het toeval dat Watercraft al een aantal jaar een serie publiceert onder de titel ‘Build your own …‘, waarin de ontwerper Paul Gartside telkens een toelichting geeft op een van zijn ontwerpen, met daaraan gekoppeld de mogelijkheid om de tekeningen van dat ontwerp tegen gereduceerd tarief te downloaden. 

En in de editie van juli/augustus 2018 beschrijft Gartside een 29 ft motorsailer met als motivatie “Cruising in cooler climates or living aboard, there’s much to be said for a Wheelhouse”.  Aanleding voor het ontwerp was een brief van een gevangene die droomt van zeilen langs de oostkust van de Verenigde Staten en Canada. Het resultaat was een ontwerp dat losjes gebaseerd was op de karakteristieken van de Spray waarmee Joshua Slocum solo rond de wereld voer tussen 1895 en 1898. Een ontwerp met de basisafmetingen van:

  • LOD : 8.84 m (29′)
  • LWL: 7.93 m (25’1″)
  • Breedte: 3.40 m (11’2″)
  • Diepgang: 1.04 m (3’6″)
  • Waterverplaatsing: 6818 kg (15.000 lbs)
  • Zeiloppervlak: 53.3 m2 (573 sq.ft)

Ze voldoet qua uitgangspunten aan nagenoeg al onze wensen. Alleen laat op deze lengte de stahoogte en de leefruimte toch nog wel wat te wensen over.

En hoewel de geringe diepgang van net een meter z’n voordelen heeft heb ik bij deze rompvorm, ondanks het relatief hoge tuig mijn twijfels bij de zeileigenschappen van dit ontwerp.

Maar voldoende aanleiding om eens verder te kijken naar de ontwerpen van Paul Gartside.

29 ft motorsailer van Paul Gartside
34 ft ontwerp van Paul Gartside
complexe constructie

De overige ontwerpen die we van zijn hand in Watercraft vonden zijn heel divers. Veel kleinere schepen, open zeil- en motorbootjes en ook “echte” zeiljachten. Helaas niets wat in de buurt van ons wensenlijstje kwam.

Maar op zijn website bleek dat hij een hele range van motorsailers ontworpen heeft. Variërend van 4.88 m (16 ft) tot 14.9 m. 

Van deze reeks zijn het vooral de 34 ft en 37 ft ontwerpen die heel dicht bij ons wensenlijstje aansluiten.

Hierover heb ik lang nagedacht. Paul Gartside heeft een goede reputatie als ontwerper. Zijn ontwerpen zien er goed uit (naar mijn smaak) en zijn ook realiseerbaar voor de amateur bouwer. 

Maar uiteindelijk vond ik ze toch te zwaar en massief (11 ton waterverplaatsing voor de 34-voeter). Bovendien is er ‘iets’ met het tuig. Het relatief hoge gaffeltuig met de vrij korte, maar massieve boegspriet doet mij toch net te modern aan.

En in het bijzonder heb ik mijn bedenkingen bij de ronde spiegel. Op het water vind ik de Deense kottertjes met hun ronde kont mooi, maar het kost relatief veel ruimte en de bouw wordt hierdoor wel erg complex. Een platte spiegel met aangehangen roer is veel makkelijker. 

En tot slot vind ik een kajuitopbouw die pas achter de mast begint veel mooier dan een mast die door de kajuitopbouw heen steekt zoals in deze ontwerpen. Maar misschien ben ik dan wel argumenten aan het verzamelen voor een al genomen besluit.

Gevonden !

Nu heeft Watercraft niet alleen een serie ‘Build your own …‘, maar ook een serie ‘Grand Designs‘. Deze richt zich niet zozeer op ontwerpen die geschikt zijn voor zelfbouw. In deze serie wordt een ontwerper, en soms een opdrachtgever, gevraagd om een toelichting te geven bij de uitgangspunten van het ontwerp. Ook in deze serie komen regelmatig ontwerpen van bekende ontwerpers als Ian Oughtred, Francois Vivier of Paul Fisher van Selway-Fisher aan de orde. 

Maar in de editie van maart/april 1997 werd een dubbel-ontwerp gepresenteerd van de voor mij onbekende Amerikaanse ontwerper Antonio Dias. Het ging in dit geval om de ontwerpen Brigadier en Commodore. Zij hebben in principe dezelfde romp, maar opbouw en zeilvoering verschillen fundamenteel.

Dias design "Brigadier"
Dias design "Commodore"

Brigadier is ontworpen in opdracht van een stel dat een schip wilde waarmee ze comfortabel in het weekend de wateren tussen Long Island en de kust van Connecticut konden bevaren en waarop ze incidenteel gasten konden ontvangen. Daarnaast moest het ontwerp verwijzen naar de traditionele werkschepen van Schotse origine. 

De wens tot comfort en ontvangen van gasten leidde tot een groot stuurhuis, een eigenaars hut in het vooronder en aparte slaapplaats voor gasten onder het stuurhuis. Ten behoeve van het zeilen met een bemanning van twee personen is het zeiloppervlak verdeeld over twee masten en een kluiver die met een rolinstallatie gezet wordt op een intrekbare boegspriet.

Met de eigenaars hut in het vooronder, de volledig uitgeruste kombuis en aparte toilet/douche ruimte is Brigadier voor twee personen heel geschikt voor een langer verblijf aan boord, waarbij het stuurhuis een goed verblijf is in de weersomstandigheden van een Nederlands voor- of najaar.

Het volle onderwaterschip, met de lange kiel en relatief grote waterverplaatsing voor een schip van deze lengte zou garant moeten staan voor een rustige beweging in de korte golfslag van het IJsselmeer.

Omdat de ontwerper, Antonio Dias, van mening was dat de romp die hij getekend had meer zeilkwaliteiten heeft dan je zou verwachten bij een motorzeiler heeft hij op dezelfde romp een variant getekend met een lage opbouw en een hoger en groter kottertuig. Deze variant, onder de naam Commodore, zou volgens hem geschikt zijn als puur zeegaand zeilschip.

Een aardig detail in de naamgeving is dat in de Engels/Amerikaanse traditie Brigadier een leger rang is die vergelijkbaar is met de marine rang van een Commodore. Dit illustreert mooi de overeenkomst èn het verschil tussen de beide ontwerpen.

Aanschaf tekeningen

Wij hebben begin 2019 contact opgenomen met Antonio Dias en hij was bereid om ons een set tekeningen van Brigadier te verkopen, inclusief de toestemming om één exemplaar te bouwen. Aangezien ik iets langer ben dan de gemiddelde Amerikaan (1.95 m) heb ik hem van tevoren voorgelegd of de afmetingen van het interieur voor mij geschikt zouden zijn. Hij gaf daarop aan dat er wat hem betreft geen enkel probleem zou zijn, en mocht ik dat willen dan zouden we het vrijboord en de kajuithoogte zonder probleem met enkele inches kunnen ophogen.

Een interessante consequentie van de aanschaf van dit Amerikaanse ontwerp is wel dat alle maten in voeten, inches en ‘achtsten’ (1/8 inch) aangegeven zijn, zowel in de tekeningen als in de bijbehorende maattabel. En al mijn meetinstrumenten, maar ook mijn hoofd, werken met meters, centimeters en millimeters. Dat gaat nog wel wat extra werk opleveren.

Een tweede consequentie die mij nogal amuseerde is een uitwerking van de Amerikaanse claim-cultuur. Die heeft geleid tot artikel 5 van de koopovereenkomst waarin letterlijk staat:

“Since the use of the boat is in itself an activity that requires some degree of skill and judgement on the part of the operator that we cannot kno exists or not, and since ANTONIO DIAS is not building the boat nor directly involved in overseeing the accuracy of the builder in following the design, the stock plan purchaser agrees to hold ANTONIO DIAS harmless from any result of using the plans supplied.”

Waarmee maar gezegd is dat ik de ontwerper niet aansprakelijk kan stellen wanneer ik op basis van zijn tekeningen een gammel bootje bouw, of wanneer ik dat bootje door puur onbenul op de rotsen vaar. Verassend nietwaar ?

Brigadier
Het basisontwerp van "Brigadier"