Over Ons
wie zijn wij
Samen zijn wij eigenaar, bemanning, bouwer en verzorger van een aantal klassieke zeiljachten (geweest). En nu vinden we het leuk om onze ervaringen met deze jachten te delen. Misschien heb je er wat aan; misschien is het alleen (leed)vermaak. Je kan het met ons eens zijn, of juist helemaal oneens. Varen, onderhouden en (ver)bouwen: wij doen het uiteindelijk op onze eigen manier. Zeker niet de enige mogelijke manier. En misschien wel niet de beste manier, maar wel de manier die bij ons werkt.
In 1989 hebben wij de zorg voor het smack jacht Lillibullero overgenomen van Ab Venstra. Lillibullero was ons eerste jacht in eigendom. Met haar hebben we leren zeilen op het IJsselmeer en zijn we verschillende keren de Noordzee overgestoken naar de Engelse oostkust. Met Lillibullero hebben we onze eerste ervaring opgedaan met onderhoud en restauratie van een klassiek gebouwd houten schip. Dirk de Boer, scheepsbouwmeester bij de Batavia in Lelystad, heeft ons geleerd hoe je een complete gang in een houten scheepsromp vervangt. In 2010 hebben we de zorg voor Lillibullero overgedragen. Haar huidige eigenaar, Mike Robertson, heeft haar een ligplaats gegeven op de rivier de Orwell bij Pinn Mill. Sindsdien zijn we nog een aantal keer naar Pinn Mill geweest om met Lillibullero te zeilen en onze bijdrage te leveren in het constructief onderhoud.
In 2002 hebben wij de romp van de visserman smack Albert uit Engeland gehaald met de bedoeling deze volledig te restaureren en er weer een zeilende smack van te maken, zij het aangepast aan het gebruik als zeiljacht. Dat betekende dat Albert voorzien werd van een kajuit, een dieselmotor en lieren voor de bediening van de zeilen. De constructie is grotendeels traditioneel gehouden met gezaagde eiken spanten, massieve (45 mm) grenen beplanking die met bronzen schroeven op de spanten bevestigd is. Tijdens de afbouw hebben we besloten om de romp wel te beschermen met een laag glasweefsel in epoxy. De Albert is in 2014 te water gegaan en wij gebruiken haar sindsd 2015 als zeiljacht voor onze weekenden en vakanties.
En nu zijn we eind 2020 begonnen met de bouw van een nieuw jacht. De motorzeiler Vera, gebaseerd op het ontwerp ‘brigadier’ van de amerikaanse ontwerper Antonio Dias. Een traditionele rompvorm, maar wel met een gelamineerde constructie van kiel, stevens en spanten en lattenbouw voor de romp.
Peter Kruitwagen
Ik ben in 1958 als Rotterdammer geboren. Maar het grootste deel van mijn jeugd heb ik doorgebracht in de Oostelijk Mijnstreek in Zuid Limburg. Daar was geen vaarwater beschikbaar. Daardoor heb ik pas op mijn 18e leren zeilen bij het LCGJ (landelijke centrum voor gereformeerd jeugdwerk). Voor deze organisatie heb ik tijdens mijn studie alle vakanties gewerkt als schipper/instructeur in Friesland. Ook toen al nam ik binnen het team instructeurs graag de rol van ‘botenbaas’ op me omdat ik de zorg voor de schepen net zo interessant vond als het varen.
Hoewel mijn vader timmerman was, heb ik weinig van hem mogen leren. Ik kwam als kind thuis niet verder dan een rol als menselijke bankschroef: vasthouden en niet bewegen. Mijn opleiding Civiele Techniek aan de TU Delft helpt wel bij het lezen van tekeningen en begrijpen van constructieve principes. En dankzij de hydraulica ook bij het inzicht in de interactie tussen wind, water en boot. Maar het heeft mij verder geen praktische vaardigheid in het varen met of bouwen van jachten opgeleverd. Alles wat ik weet en kan op het gebied van bouw en onderhoud van houten schepen komt van het kijken naar andere jachteigenaren, het praten met eigenaren en werven, het lezen van alles wat los en vast zit; en vooral van veel uitproberen aan mijn eigen jachten. En dat betekent regelmatig “overnieuw” als er iets niet helemaal naar wens gaat.
Zoals gezegd ben ik als zeiler begonnen als instructeur in Valken en de 16 m2. Daarna veel gevaren met allerlei (gehuurde) kajuitzeiljachten met een voorkeur voor platbodems. Om dan uiteindelijk terecht te komen in de wereld van de klassieke scherpe jachten en de gaffelgetuigde ex-werkschepen.
Wedstrijdzeilen heeft mij eerlijk gezegd nooit aangetrokken. Hoewel ik 10 jaar lang de wedstrijden van de Dutch Classic Yacht Regatta georganiseerd heb ik niet de behoefte om daar zelf als deelnemer aan mee te doen. Schipperen wel. Bootbeheersing en zo efficiënt mogelijk van A naar B komen vindt ik prachtige uitdaging. Het is alleen de competitiedrang die ontbreekt. Daardoor is varen voor mij vooral de beleving van het samenspel van water, wind en schip. En dan gecombineerd met de ervaring van het buiten zijn, de rust van het tempo van een zeilboot en de verbinding met de traditie waar die boot uit voortkomt.
Gosine Broersen
Ik ben geboren op 7 juni 1965. Ik vond mijzelf geen hoogvlieger. Ik was graag op mezelf. Hield niet van spelletjes en wedstrijden. Bij een bordspel vergat ik wanneer ik aan de beurt was. Ik las tegelijkertijd een boek. Wel altijd nieuwsgierig. Vooral om uit te zoeken hoe iets in elkaar zit. Ingewikkelde verpakkingen haalde ik zorgvuldig uit elkaar om ze vervolgens weer in elkaar te zetten.
Zeg me dat ik iets niet kan en ik ga het doen. Over angst en spanning stap ik heen. De nieuwsgierigheid wint.
Net na de middelbare school, in 1983, ontmoette ik Peter. Mijn zeilinstructeur. Hij was gek van bootjes en ik wist daar niets vanaf. Ik besloot te leren zeilen. Ook dit deed ik niet half. Ik schreef me in op de goedkoopste cursus die ik kon vinden en ging varen. Om ervaring op te doen met zelfstandig varen schreef ik me in als begeleider van zeil vakantieweken voor scholieren. Zeer leerzaam. Hier werd ik van het stilste meisje van de klas een begeleider naar wie je moest luisteren. Geen enkele managementtraining hierna heeft dit resultaat kunnen verbeteren.
Onze eerste week vakantie samen was in een valk in de stromende regen. Als we dit samen kunnen, dan kunnen we alles aan. Zo zijn we samen gestart en dat is nu 41 jaar geleden.
Peter en ik hadden geen geld en huurden in de vakantie met vrienden allerlei zeilboten. De slechte staat van verschillende schepen maakte dat we leerden improviseren en klussen. Na enige tijd gingen we pas aan boord van een schip als we gereedschap en een set goede landvasten bij ons hadden.
Lillibullero kochten we op een koude ochtend in maart. Ik vond het een woest groot schip, maar Peter had zijn ideale schip gevonden. We leerden varen in een lekkend schip. We leefden aan boord in vuilniszakken. Dat vond ik in het geheel geen probleem. Daarna leerden we timmeren. Eenmaal varend bezochten we evenementen voor oude schepen. Al snel zaten we in het bestuur van de VKSJ en de DCYR. Menigmaal reden we met een auto vol wedstrijdmateriaal naar zeeland.
In de wereld van de klassieke schepen maakten we vrienden. Er bleken meer meiden te zijn zoals ik. Zo heb ik voor en tijdens de DCYR veel opgetrokken met Anneke van Dijk. In haar verkorte jeep reden we rond voor besprekingen over vergunningen. Voor besprekingen met sponsoren, e.d. Anneke overleed helaas veel te vroeg. We hebben samen ontzettend veel lol gehad.
Het bestuurswerk bracht ons ook over zee aan de oostkust van Engeland. Het jaarlijkse OGA diner in de Burnham yachtclub vergeet ik nooit. In Nederland is alles glad gespreken. In Groot Brittannie leeft de traditie. In Nederland zijn we toch waf door geschoten in onze organisatiedrang. De britse manier van communiceren gebruik ik in toenemende mate in mijn werk.
Kortom, ik ben een beetje gek van oude bootjes en alles wat daar omheen gebeurt.