Lillibullero: de jaren na het groot onderhoud
het werk stopt nooit
De winter na het eerste groot onderhoud bleef Lillibullero in het water. Iedereen zei dat dat beter was. We ontdekten na een aantal jaren dat het overwinteren in een loods van november tot begin april geen enkel probleem was. Dat gebeurde dus na een winter of vier.
De winters die volgden braken we het interieur uit. We verwijderden de roestige ballast bestaande uit ijzeren gietlingen. Met een betonhamer verwijderden we het beton dat daar onder lag. Het hout werd geconserveerd. We stortten nieuw beton en kochten loden broodjes. We haalden dit in Zeewolde in een karretje achter onze Citroen Visa.
Uit het water, dit keer in Elburg, vonden we weer een slechte gang. We belden Dirk de Boer, leermeester bij de Batavia. Hij had ooit een kaartje op de boot achter gelaten. Dirk zei: “niet goed voor mijn handel, maar ik leer het jullie wel”. In de slechte gang boorde hij gaten, precies tussen de spanten. Pakte een breekijzer en trok de gang in stukken uit het schip. “Wat meekomt was toch niet sterk genoeg om te blijven zitten.” Van multiplex werd een mal gemaakt. De gang werd uitgezaagd en met een gasbrander rond gebrand. De volgende winter deden we dit zelf. Iedere winter daarna hebben we gangen vervangen.
We werkten eerst met iroko, maar zijn daar mee gestopt. Iroko is warrig, heeft veel interne spanning en breekt intern zonder dat je het ziet en rot dan snel weg. Daarnaast blijkt Peter zeer allergisch te zijn voor het schuurstof van iroko.
Iedere winter werd er getimmerd. Elk jaar een paar gangen, alles schilderen en lakken, en altijd een extra klus. Het interieur werd ook langzaam maar zeker helemaal vervangen. In de loods leerden we ook veel mensen kennen. Klussen werd een ware hobby.
naar Engeland
Geïnspireerd door enkele VKSJ-leden besloten we op enig moment om naar het Classis Boat and Beer festival nabij Harwich te gaan. We vertrokken met prachtig weer uit IJmuiden, maar kregen ’s nachts op zee storm. Onweer, regen en veel wind. We kwamen in Engeland aan in de overtuiging dat we dit nooit meer zouden doen. In Engeland hadden een geweldige tijd. En natuurlijke zijn we nog een paar keer de Noordzee over gestoken.
In Engeland ontmoetten we Martin Eve en zijn vrouw. Hij was de eigenaar van Privateer, het zusterschip van Lillibullero. De beide schepen hebben toen in Shotley Marina naast elkaar gelegen.
bestuursweerk
Gosine ging het bestuur van de VKSJ. We leerden veel boten en hun eigenaren kennen. Later namen we de organisatie over van de Dutch Classic Yacht Regatta (DCYR). We verdiepten ons in het organiseren van wedstrijden. Het ware drukke vakanties, maar toch ook heel erg leuk.
We hebben meer dan tien jaar vele evenementen mede georganiseerd. We leerden veel mensen en hun schepen kennen. De DCYR werd groter en groter. We kregen zelfs sponsoren. We maakten heel veel foto’s. Toen de VKSJ een jubileumboek wilde uitgeven kwamen de foto’s goed van pas.